Gynaecologie

Tijdens het voortplantingsseizoen, dat loopt van maart tot september, bieden wij de optimale zorg voor uw merrie.

De begeleiding van een fokmerrie begint bij het schouwen, zo krijgen we door de gedragsveranderingen een duidelijker beeld van het verloop van de hengstigheid.

Zodra de merrie mooi hengstig is, kan middels echografisch onderzoek een inschatting gemaakt worden van het moment van eisprong . Er wordt hierbij gelet op de structuur van de baarmoeder en baarmoedermond en de activiteit van de eierstokken. Hierdoor kan het meest geschikte moment van inseminatie bepaald worden.

Iedere merrie krijgt haar eigen merriekaart waarop bij elke echo de status van de cyclus en eventuele bijzonderheden zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van cystes genoteerd zullen worden.

Zodra de merrie geïnsemineerd is en de eisprong heeft plaatsgevonden kan er rond de 17 dagen gescand worden op dracht. Indien de merrie drachtig is, is het verstandig om rond de 30 dagen dracht een extra controle in te plannen aangezien 10% van de drachtige merries vroeg in de dracht kunnen opbreken. Tevens kan er bij deze tweede drachtcontrole de hartslag van het embryo in beeld gebracht worden. Wij adviseren een laatste controle op 6 weken dracht. Indien de merrie de vrucht na dit tijdstip verliest, kan het vruchtje reeds met het blote oog worden gezien.

Indien de merrie geïnsemineerd is en een dubbele eisprong heeft gehad, zal de drachtcontrole voor dag 16 dienen plaats te vinden zodat een eventuele ongewenste tweeling behandeld kan worden.

Tijdens het dekseizoen (van 1 april tot 1 september) is er een inloopspreekuur op de kliniek van 8.00 tot 8.30 uur.

Bij het begeleiden met diepvries sperma, worden de merries opgenomen op de kliniek zodat zij extra intensief begeleid kunnen worden naar het moment van inseminatie.