Inwendige ziekten

Luchtweg-, huid- en maagdarmafwijkingen zijn veel voorkomende problemen op het gebied van inwendige ziekten.

Om meer informatie te verkrijgen bij een specifiek probleem beschikken wij over verschillende technieken op onze kliniek: endoscopieën van de luchtwegen e/o maag, longspoelingen, röntgen- en echografisch onderzoek. Daarnaast kunnen wij ook bloed-, mest- en bacteriologisch onderzoek verrichten.

Bij problemen van het maagdarm-kanaal, denken we meteen aan koliek. Koliek betekent ‘buikpijn’ en kan variëren van kramp in de darm tot aan een totale afknelling of knoop in een darmdeel. Hierdoor kan koliek zeer acuut zijn en is het dus ook altijd spoedeisend. In de ruime zin van het begrip kan koliek worden onderverdeeld in problemen van de dunne darm (zoals strangulatie), problemen in de dikke darm (zoals verstopping of verplaatsing), maar ook problemen van de maag.

Bij problemen van de maag zien we vaak een terugkerende koliek met evt vermageren en een doffe vacht. Het is dan aangeraden met de flexibele endoscoop de maag te bekijken en eventuele zweren of ontstekingen op te sporen. Voor deze scopie moet het paard minimaal 12 uur vasten en minimaal 6 uur niet drinken, zodat de maag leeg is en helemaal in beeld kan worden gebracht.

Voor het in beeld brengen van de luchtwegen, maken we gebruik van een kortere flexibele endoscoop. Hiermee kan de keel worden beoordeeld en bijvoorbeeld ontsteking of cornage worden gediagnosticeerd. Met deze endoscoop kunnen we ook in de luchtpijp komen en deze controleren op afwijking als afplatting of slijm. Tevens is het mogelijk van eventueel slijm een monster te nemen om te zodoende de oorzaak (bacterieel, allergisch, etc) van dit teveel aan slijm te achterhalen. Sommige structuren, zoals de voorhoofdholtes en de luchtzakken, monden uit in de keel en kunnen dus ook in beeld worden gebracht. Het is niet mogelijk met de endoscoop in de voorhoofdholte te gaan, wel is het mogelijk de binnenkant van de luchtzakken te beoordelen. Ook hier is het soms aangewezen een monster te nemen voor verder onderzoek in het laboratorium.

De huid is het grootste orgaan van het lichaam en komt de hele dag in aanraking met factoren van buitenaf, zoals parasieten, zon, bacteriën, schimmels, vocht, etc.

De meest voorkomende parasieten op de huid van paarden zijn:
Mijten
Deze parasiet bevindt zich aan de onderbenen van vooral koudbloedige paarden, zoals Friezen en Tinkers. De paarden staan steeds te stampen en bijten zichzelf in de benen om de jeuk tegen te gaan. In veel gevallen is deze ectoparasiet een onderhoudende factor voor mok, doordat de paarden bij het jeuken steeds weer kleine wondjes maken bij zichzelf.

Luizen
Wanneer sprake is van een infectie met deze parasiet, heeft het paard jeuk over het gehele lichaam. De beestjes zitten het liefst warm onder de manen en vaak kunt u ze weg zien kruipen wanneer de manen worden opgenomen. Een infectie vindt in vele gevallen plaats bij dieren met een verminderde weerstand, bijvoorbeeld door ouderdom, langdurige ziekte of achterstand.

Staart- & Manen-eczeem
Bij deze aandoening is het paard allergische voor het speeksel dat vrijkomt bij de steek van de zgn Knut, een klein vliegje dat enkel actief is in de zomermaanden (zomereczeem) en dan vooral bij zonsopgang en -ondergang.

Ook mok is een frequent voorkomende klacht aan de huid. Mok betekent ‘korstjes aan de onderbenen’, en is daarmee een zeer breed begrip. Het is van dan ook een multifactorieel probleem waarbij factoren als zon, bacteriën, jeuk, irriterende stoffen, vocht een onderhoudende functie kunnen hebben. Dit kan zonder behandeling een vicieuze cirkel worden, waarbij op een bepaald punt het been in zijn geheel kan gaan zwellen en het paard zelfs koorts kan krijgen.